Tour de L’Ardeche

1.121 kilometer is de afstand tussen Amsterdam en Saint Alban Auriolles, een op het oog onbenullig dorpje tussen de wijngaarden van de Ardeche maar in de eerste week van September de locatie waar 15 wielerteams van over de hele wereld gehuisvest werden voor de Tour de L’Ardeche, een zesdaage etappekoers met 7 etappes, 645 af te leggen kilometers en behoorlijk wat hoogtemeters. Een van die teams, en het enige clubteam, waren wij. Met Melissa, Jessica, Femke, Maartje, onze Zweedse gastrenster, Sara Olssen en ik.

Bij aankomst op de camping werd al meteen een ding duidelijk: dit wordt een zware week. Topteams als Astana,  RusVelo, Fasso Bartolo, Wiggle Honda en nationale ploegen uit onder andere Noorwegen, Ierland, Australië, Mexico en Frankrijk hadden hun mecaniciens voor de materiaalwagens staan bezig met het laatste fine-tunen van hun peperdure fietsen, ploegleidersauto’s stonden te blinken in het zonlicht en de soigneurs hadden de benen van de rensters al in de olie gezet.

En wij? Wij hadden Franciscus (de ploegleidersauto red.) die er sinds de heenrit een nieuw mankement bij had. Hij sloeg af zodra je in de 2 een te laag toerental maakte. Iets wat op rotondes regelmatig voorkwam. Verder hadden we uiteraard Joop, die vooraf wat extra informatie had gegeven over het parcours. Een vlakke etappe was daarbij sowieso ‘goed te doen’ en om het gemiddelde stijgingspercentage te berekenen had hij het aantal hoogtemeters gedeeld door de  volledige afstand van de etappe. Pittige heuvels met stukken van 10% werden opeens verwaarloze hobbels van 3%.

Ook hadden we Andre, onze tweede ploegleider en oud-collega van Joop. Een sportman. Hij vertelde dat hij aan kanoën en mountainbiken deed maar dat hij nog nooit eerder bij een wielerkoers was geweest, laat staan een etappewedstrijd. Gelukkig bleek hij een natuurtalent te zijn.

En al voelden we ons misschien een beetje de Calimero tussen deze grote ploegen, de sfeer zat er goed in! We lieten ons niet bij voorbaat al uit het veld slaan door uiterlijk vertoon.

BeFunky_Boretti CT 2014 Ardeche 1.jpg

Etappe 1 – 124 km, vlak (commentaar Joop: ‘dus te doen’)

Sara meldt ‘s ochtends dat ze ziek is. De verkoudheid die ze onlangs tijdens een regenachtige etappekoers in Zweden had opgelopen was doorgezet in een flinke griep. We zouden het deze week zonder haar moeten stellen. Maar deze tegenslag bracht ons niet van ons pad, de fietsen werden op het dak gezet en met de nodige zenuwen vertrokken we richting onze eerste startlocatie.

Op het plein bij de start waren diverse wielerliefhebbers die zich rondom de teams ophielden. Ze namen foto’s van de verschillende rensters en vroegen om onze handtekeningen. Enigszins ongemakkelijk bij zoveel aandacht stelden we ons op aan de start en klonk het startschot onder luid gejuich van een klas kinderen die voor dit evenement blijkbaar een middagje vrji hadden gekregen. Eerst 10 rondes van 5 km door het dorp, een criterium met een kleine klim erin. Het tempo lag hoog, te hoog voor mij. Ergens in de 8e ronde zat ik niet zat op te letten, ik miste het wiel en moest lossen. Balend als een stekker van deze domme actie moest ik achter het peloton aan.

Als snel kwam ik Maartje tegen die was afgestapt omdat ze enorme last had gekregen van haar rug waar ze de week ervoor doorheen was gegaan. Na zo’n 30 kilometer haalde het peloton me in en besloot ik maar weer gewoon aan te sluiten in de hoop dat ik er met een tijdstraf vanaf zou komen. Femke, Melissa en Jessica waren keurig in het peloton gebleven en met z’n vieren haalden we de finish. En gelukkig kwam ik met een tijdstraf vanaf.

Woensdag 2 september: Etappe 2 – tijdrit 6,8 kilometer

’s Ochtends een tijdrit rijden is geen pretje.  Je bent net wakker, het is fris en je benen staan nog in de slaapstand. Ook Joop en Andre stonden nog in een slaapstand doordat ze tot diep in de nacht in de weer waren geweest met het monteren van de  tijdritstuurtjes en daarbij nog een klein probleempje hadden gehad met het koffiezetapparaat waarbij meerdere toiletrollen nodig waren geweest om de plas koffie op de vloer te kunnen verwijderen.

Het parcours  van de tijdrit was een zo goed als rechte lijn richting het Noorden, met de wind tegen en meer berg op dan af. Al snel ontstond daardoor het gevoel dat er iets mis was met je fiets.  Lekke band misschien? Een gewicht aan je achterwiel? Stug door blijven fietsen was de enige optie en dat hebben we gedaan. De resultaten vielen niet tegen: met nog 20 meiden die we achter ons lieten in het klassement.

Woensdag 2 september: Etappe 3 – bergetappe 70 kilometer

Eind van de middag stond de eerste etappe met serieuze heuvels op het programma. De eerste kilometers liepen over een lichte afdaling en een brede weg waardoor het peloton makkelijk bij elkaar bleef. Maar bij de eerste klimmetjes over kronkelende, smalle weggetjes werd het peloton volledig uit elkaar geslagen en versplinterde in vele kleine groepjes. Zowel Femke, Jessica, Melissa als ik hadden allen een groepje gevonden en overleefden zo de eerste heuvels. Ik zat bomvol energie en de wil om mij te revancheren na de waardeloze rit van gisteren was groot. Dus zo’n 10 kilometer voor de finish lag ik op kop te beuken van een peloton van zo’n 35 rensters. Ik wist dat de laatste kilometers over een brede weg naar beneden liepen om vervolgens uit te komen in de finishplaats waar we zigzaggend doorheen moesten. Daar moest ik voorin zitten om zo hoog mogelijk te kunnen eindigen van deze groep. Het lukte, ik reed als eerste voor het peloton uit het dorp in en behield mijn voorsprong tot 100 meter voor de finish.  Daar werd ik ingehaald en eindigde als 7e van deze groep. Met een voldaan gevoel over mijn sterke rit ging ik op een bankje zitten om bij te komen en te wachten op de rest. Vlak na mij finishte Femke en vervolgens Melissa. Voor beiden was het een goede rit geweest. Ook Jessica kwam keurig binnen de tijd binnen. Toch was zij ‘not amused’. Motoren van de organisatie hadden namelijk rensters om haar heen geholpen door hen op sleeptouw te nemen.

Donderdag 3 september: Etappe 4

Na mijn ge-aap van de dag ervoor had ik me voorgenomen om vandaag vooral zoveel mogelijk energie te sparen, dus zo min mogelijk kopwerk, geen gekke dingen, niet mee in ontsnappingen. Femke had een ander plan, zij was in vorm en ik zag haar zeer attent en in een gestaag tempo naar voren rijden, mee met een groepje de eerste klim op. Ik belande in een groepje achter haar en mijn plan om het vandaag rustig aan te doen leek te gaan slagen, het tempo van het groepje was prima bij te houden. Maar goed, we hadden nog  zo’n 100 kilometer te gaan. Het leuke van klimmen is dat je weet dat je beloont wordt met een afdaling. En als je dan tijdens een afdaling met een kilometer of 50 tot 70 per uur om je heen kijkt en dan beseft dat je gewoon tussen meiden rijdt van topniveau geeft dat nog een extra kick.

Na zo’n 70 kilometer zag ik Femke voor me opdoemen. Onze groepen sloten zich bijelkaar aan en zo vormden zich een peloton van zo’n 30 rensters. Perfect om de laatste 50 kilometers tot de finish mee af te leggen. Maar we waren er nog niet. 10 kilometer voor de finish moesten we nog een venijnig heuveltje over met stukken van 10%. Volslagen verrast door de moeilijkheid van dit heuveltje hoorde ik Femke iets zeggen als ‘ik ben nog nooit zooo dood gegaan!’.  Waarop ik antwoorde dat ze maar moest denken aan de koude cola die op ons wachtte bij de finish. Iets wat mij altijd helpt tijdens een zware koers. Maar aan Femke haar gezicht viel af te lezen dat ik ze weinig tot niks had aan deze boodschap. Uiteindelijk wisten we in het peloton te blijven en keurig binnen de tijd te finishen. Daar hoorden we dat Jessica helaas had moeten lossen maar –eigenwijs EN een bikkel dat ze is- had geweigerd de bezemwagen in te stappen en dat ze nu dus in haar eentje op weg was naar de finish.

Vrijdag 4 september: Etappe 5

Deze etappe begon met een klim van 35 kilometer. Ik voelde me fit en kwam al snel in een groepje terecht van zo’n 12 rensters. Samen met een renster van het Noorse nationale team en een renster van Wiggle Honda nam ik beurtelings de kop over om het tempo erin te houden. Tot 7 kilometer voor de top was het prima te doen, daar kreeg ik het wat zwaarder en werd mij wederom duidelijk hoe belangrijk het is om te sparen en geen energie te verspillen op momenten dat het totaal geen nut heeft. Het enige wat me er op dat moment doorheen hielp was de gedachte dat Maartje en Jessica op de top stonden met volle bidons.

Maar goed, op zich was er niks aan de hand, ik zat nog een in groepje op naar de tweede klim. Op deze klim van 10 kilometer werd ik echter “verrast” door een renster die zich door een van de motoren naar boven liet trekken. Een motor van de organisatie nota bene! En na haar volgden er meer. Zo kwam renster na renster voorbij, hangend aan een motor of voortgeduwd de berg op.  Aan sommige motoren hingen er zelf 3 tegelijk, het was een debiel gezicht. Blijkbaar had de organisatie bedacht dat dit veiliger was, en voor de rensters was het een goede manier om, als ze toch al geen top tien meer konden rijden, zoveel mogelijk energie te sparen voor de 2 volgende etappes. Dat er blijkbaar niet meer werd gekoerst om de laatste 50 plekken vond ik teleurstellend. En de organisatie zette hier in mijn ogen het dameswielrennen behoorlijk mee te kakken. Ik was de enige die weigerde om aan een motor te gaan hangen maar besefte dat ik daardoor aan het kortste eind zou trekken. Op pure frustratie heb ik de laatste 50 kilometer gereden om uiteindelijk als laatste over de finish te komen. Totaal pissed off maar wel trots op het feit dat ik de finish op eigen kracht had gehaald.

Door Elleke